Walcheren 2050 — Verkenning naar een aantrekkelijk Walchers leefarrangement

In opdracht van de drie Walcherse gemeenten Middelburg, Veere en Vlissingen heeft MUST toekomstverkenningen gemaakt die laten zien hoe Walcheren zich ruimtelijk kan ontwikkelen onder verschillende groeiscenario’s. Daarvoor hebben we een eerste ruimtelijke analyse van het gebied gemaakt en de bandbreedtes aan leefmilieus die daarbij horen onderzocht. We hebben de analyse vertaald naar drie groeiscenario’s (met +15.000, +30.000 en +60.000 inwoners) voor het jaar 2050 en het potentiële ruimtelijke beeld daarbij gevisualiseerd. 

Een belangrijk onderdeel van onze verkenning vormde onze benadering van het ‘Aantrekkelijk Leefarrangement’. Deze benadering beoogt vooral het gesprek over ruimtelijk ordenen op gang te helpen door de volgens ons cruciale samenhang tussen ‘banen’, ‘woningen’ en ‘voorzieningen’ op Walcheren gezamenlijk te doorleven. 

Met de scenario’s pogen we een beeld te schetsen van de ruimtelijke vertaling van een drie mates van inwonergroei. Groei is niet een doel op zich. De aanleiding vormt Toekomstperspectief Zeeland 2050, waarin groei (“Meer Zeeuwen”) wordt genoemd als noodzakelijk om de leefbaarheid op peil te houden en te verbeteren. Met deze scenario’s wijken we af van de daadwerkelijke groeiprognoses voor Walcheren: de groei van zowel inwoners als banen ziet er anders uit. Zo wordt in de Toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving van het CPB in de lage scenario’s zelfs uitgegaan van een afname van het aantal banen. In het geval van “meer Zeeuwen” is er vanzelfsprekend juist een toename van het aantal banen nodig. Het aandeel inwoners van 65 jaar of ouder zal naar verwachting groeien. Bij ‘“meer Zeeuwen” is de leeftijdscategorie <35 juist de groep die een groter percentage van het totale inwoners zou moeten gaan vormen. De scenario’s veronderstellen bovendien een aardig vestigingsoverschot van tal van nieuwe inwoners van buiten Walcheren (en als het echt om meer Zeeuwen gaat, dan zelfs om mensen van buiten de provincie).

In deze gevallen zou dus een trendbreuk moeten optreden: meer banen en meer jonge Zeeuwen. In ons onderzoek zijn we daarom verder gegaan dan de vraag naar ruimte voor woningen.

Periode                      
2025—2026

Product
Verkenning drie stel–dat–toekomstscenario’s

In opdracht van
Gemeente Middelburg, gemeente Veere en gemeente Vlissingen

In samenwerking met
Ecorys

 

De benadering een Aantrekkelijk Leefarrangement als vertrekpunt

Goede ruimtelijke ordening betekent integraal kijken naar de ruimte. Door lagen en domeinen heen. Toch is het geheel van functies en opgaven dat samenkomt in de ruimte enorm. Het gesprek voeren over het goed inrichten en ordenen van onze leefomgeving is dan ook niet altijd eenvoudig. Met de benadering ‘Aantrekkelijk Leefarrangement’ hebben we bij MUST — in eerste instantie voor onszelf — geprobeerd een manier van denken over de leefomgeving te introduceren die vertrekt bij een voor een breed publiek herkenbaar en grijpbaar idee: aangenaam leven op een waardevolle plek. We leunen hierbij op het ordenen van de leefomgeving zoals de lagenbenadering dat doet. Daarnaast nemen we welzijnsaspecten mee door te kijken naar de vier kapitalen van brede welvaart (Natuurlijk, Economisch, Menselijk en Sociaal kapitaal).

De lagenbenadering

Met de lagenbenadering is in het verleden een manier van kijken naar het inrichten van onze leefomgeving geïntroduceerd die de blik van iedereen actief in de ruimtelijke ordening — van bestuurder tot beleidsmakers — poogde te stroomlijnen, te verruimen en vaak letterlijk om te draaien. Desalniettemin gaat ruimtelijke ordening in de dagelijkse praktijk toch nog vaak over ‘actualiteiten’. Sectoren waar ‘iets urgents’ aan de hand is en een groot thema vormen in het (landelijke) politieke debat. Vaak spelen deze urgente opgaven zich af in de Occupatielaag. Het nijpend tekort aan woningen is daar een voorbeeld van. De haast om snel woningen te bouwen gaat dan voorbij aan ‘wat voor woningen’, ‘voor wie’ en ‘in wat voor leefmilieus’; aan de vraag wáár (binnen bestaand stedelijk gebied of in uitleglocaties). Kwantiteit gaat voor kwaliteit. Het zorgvuldig kijken naar de zo essentiële samenhang met andere aspecten in de Occupatielaag (zoals de aanwezigheid van voorzieningen of werklocaties) sneeuwt vaak onder. Het kijken naar de Netwerklaag en de Ondergrond dreigt al helemaal achterop te raken. Daarnaast is infrastructuur een dominant domein in de ruimtelijke ordeningspraktijk. Het gaat hier vaak om projecten die enkel uitgevoerd kunnen worden wanneer zij kunnen rekenen op een financiële bijdrage van het Rijk. De urgentie van lagere overheden om bij hun infrastructuurprojecten bij het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT) hoog op de agenda te krijgen is groot.

Brede welvaart

De lagenbenadering staat weer volop in de belangstelling, sinds het postvatten van de opvatting dat water en bodem sturende principes zouden moeten zijn in de ruimtelijke ordening. Een aantal niet-ruimtelijke maar voor de samenleving minstens zo belangrijke aspecten keren niet terug in de lagenbenadering. Het gaat dan om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid. Zaken die een samenleving maken: prettige plekken om te wonen, te werken en te ontspannen. Dit is waar brede welvaart in essentie over gaat: het welzijn van mensen. Het is een maatstaf voor alles wat mensen van waarde vinden en gaat verder dan materiële welvaart (PBL/SCP/CPB 2017). In het rapport ‘Het belang van regionale samenhang’ van het Planbureau voor de Leefomgeving uit 2022 wordt de regio nadrukkelijk in beeld gebracht als schaal waarop brede welvaart zich manifesteert. Brede welvaart in een gemeente wordt in belangrijke mate bepaald door de samenhang en verdeling van bredewelvaartsaspecten in de regio. Inwoners van een gemeente maken immers ook gebruik van voorzieningen in buurgemeenten. Kijken naar brede welvaart betekent dus kijken naar de score van de eigen gemeente en naar die van de buren: kijken naar brede welvaart is dus kijken naar de regio. Het CBS meet brede welvaart aan de hand van tal van indicatoren die gerangschikt zijn onder vier kapitalen: Natuurlijk, Economisch, Menselijk en Sociaal kapitaal.

Samenhang tussen banen, woningen en voorzieningen

Met de benadering ‘Aantrekkelijk Leefarrangement’ hebben we gepoogd een manier van kijken naar de leefomgeving in steden en regio’s te introduceren die zowel recht doet aan de lagenbenadering, als aan de Brede welvaart-kapitalen. Een manier om de soms zeer kwantitatieve blik of korte termijn-blik op bijvoorbeeld ‘meer woning bouwen’ te verruimen. Woningen staan niet in het niets en er is niemand die alleen maar wil wonen. Het gaat ook om de aanwezigheid van voorzieningen (scholen, recreatiemogelijkheden, zorg, uitgaans-gelegenheden, etcetera) en om banen: de aanwezigheid van werkgelegenheid. Hetzelfde geldt voor sec kijken naar voorzieningen en of sec kijken naar banen. Alle drie de elementen hangen met elkaar samen en hebben nadrukkelijk invloed op elkaar. Zo breiden werkgevers hun activiteiten op een bepaalde locatie pas uit wanneer de condities daarvoor geschikt zijn. Eén van die condities is de aanwezigheid van gekwalificeerd personeel met de juiste opleiding. 

Het in samenhang bekijken en doorleven van de drie elementen wonen, voorzieningen en banen dwingt ertoe om preciezer te worden. Het is immers de wisselwerking die het leefarrangement al dan niet tot een Aantrekkelijk Leefarrangement maakt. Lokale economische activiteiten vormen vaak een drijvende kracht voor de stedelijke of regionale dynamiek.

  • Welke sectoren zijn al aanwezig op Walcheren
  • Welke sectoren zijn dominant en succesvol
  • Waar is uitbreiding te verwachten of is deze kansrijk?
  • Wat voor werknemers horen hierbij?
  • In wat voor leefmilieus wonen deze werknemers?
  • Zijn dat ontspannen milieus met lage dichtheden of hoogstedelijke milieus met reuring en veel functiemenging?
  • Wat voor voorzieningen zijn er nodig?
  • Is er lokaal onderwijs om op te leiden voor de in de stad of regio aanwezige sectoren?

Impliciet roept het denken over het Aantrekkelijk Leefarrangement vervolgvragen op: van meer pragmatisch ‘leiden we lokaal op voor lokaal aanwezige bedrijvigheid en blijven afgestudeerden hier wonen?’ tot meer wezenlijk ‘wat voor stad of regio geven we door aan onze kinderen?’.

Voorwaarde: dragende systemen op orde

Voor het Aantrekkelijk Leefarrangement geldt dat de dragende systemen – het water- en bodemsysteem, het energie- en drinkwatersysteem en het mobiliteitssysteem – op orde moeten zijn. De dragende systemen scheppen immers de voorwaarden voor het Aantrekkelijk Leefarrangement. Veranderingen in de dragende systemen hebben effect op het Aantrekkelijk Leefarrangement. Het verbeteren van het water- en bodemsysteem, waaronder ook de luchtkwaliteit, heeft een positief effect op de biodiversiteit en de landschappelijke kwaliteit van het gebied. Andersom hebben beoogde veranderingen in het Aantrekkelijk Leefarrangement ook effect op de dragende systemen. Nieuwe of uitbreidende bedrijven hebben energie en drinkwater nodig. Mogelijk moet de capaciteit van de rioolwaterzuiveringsinstallatie worden uitgebreid. Waarschijnlijk moeten fietspaden of buslijnen worden verbeterd en moeten er aanpassingen in het wegennet worden gedaan. Voor Walcheren betekent dit dat woningbouw en economische ontwikkeling alleen duurzaam kunnen plaatsvinden als het water- en bodemsysteem, het drinkwater- en energiesysteem en het mobiliteitssysteem tijdig op orde worden gebracht.

‘Leefmilieus’ in plaats
van ‘woningen’

In de verkenning nemen we de huishoudens-data (samenstelling en leeftijdscategorie) uit het parallelle van Ecorys naar demografie, arbeidsmarkt en woonvoorkeuren als vertrekpunt, maar vertalen deze naar nieuwe leefmilieus. Op deze manier geven een globale stedenbouwkundige duiding aan ‘hoe mensen wonen en leven’ die verder gaat dan ‘huur- of koopwoningen’.

Drie stel–dat–toekomstscenario’s Walcheren 2050


De verkenning is het resultaat van ons kortlopende en in eerste instantie ruimtelijke onderzoek naar Walcheren aan de hand van drie verschillende groeicijfers en kan het startpunt zijn van verdere verkenningen en nader onderzoek. De scenariokaarten in het rapport zijn dan ook indicatief: het zijn schetsen van een mogelijke toekomst. Het zijn ‘stel-dat’-toekomstscenario’s — verkenningen, en geen visies en zeker geen stedenbouwkundige uitwerkingen.

De aan ons gestelde vraag beantwoorden we vooral ook met een tegenvraag: waar ligt in 2050 de kracht van Walcheren? Wie wonen er op Walcheren, waar werken zij en welke voorzieningen horen daarbij? Waar zit de kwaliteit van Walcheren en houden we die hoog in het geval van groei? Het gezamenlijk doorleven en beantwoorden van deze vragen zou volgens ons de opmaat moeten zijn naar een regiovisie over Walcheren zelf en over de plek van Walcheren in de wereld. De conclusies van dit proces zijn volgens waardevol in debat over de toekomst van de provincie Zeeland en politieke keuzes in het kader van ‘Zeeland 2050’ — de aanleiding van onze verkenning.

Voor het eerste Scenario Bestaand beleid +15.000 is bestaand beleid het uitgangspunt.
Bij de scenario’s Walcherenstad +30.000 en Walcherenstad XL +60.000 gaan we verder dan staand beleid en zijn nadrukkelijk meerdere trendbreuken nodig.