Een Aantrekkelijk Leefarrangement

Goede ruimtelijke ordening betekent integraal kijken naar de ruimte. Door lagen en domeinen heen. Toch is het geheel van functies en opgaven dat samenkomt in de ruimte enorm. Het gesprek voeren over het goed inrichten en ordenen van onze leefomgeving is dan ook niet altijd eenvoudig. Met de benadering ‘Aantrekkelijk Leefarrangement’ hebben we bij MUST — in eerste instantie voor onszelf — geprobeerd een manier van denken over de leefomgeving te introduceren die vertrekt bij een voor een breed publiek herkenbaar en grijpbaar idee: aangenaam leven op een waardevolle plek. We leunen hierbij op het ordenen van de leefomgeving zoals de lagenbenadering dat doet. Daarnaast nemen we welzijnsaspecten mee door te kijken naar de vier kapitalen van brede welvaart.

De lagenbenadering

Met de lagenbenadering is in het verleden een manier van kijken naar het inrichten van onze leefomgeving geïntroduceerd die de blik van iedereen actief in de ruimtelijke ordening — van bestuurder tot beleidsmakers — poogde te stroomlijnen, te verruimen en vaak letterlijk om te draaien. Desalniettemin gaat ruimtelijke ordening in de dagelijkse praktijk toch nog vaak over ‘actualiteiten’. Sectoren waar ‘iets urgents’ aan de hand is en een groot thema vormen in het (landelijke) politieke debat. Vaak spelen deze urgente opgaven zich af in de Occupatielaag. Het nijpend tekort aan woningen is daar een voorbeeld van. De haast om snel woningen te bouwen gaat dan voorbij aan ‘wat voor woningen’, ‘voor wie’ en ‘in wat voor leefmilieus’; aan de vraag wáár (binnen bestaand stedelijk gebied of in uitleglocaties). Kwantiteit gaat voor kwaliteit. Het zorgvuldig kijken naar de zo essentiële samenhang met andere aspecten in de Occupatielaag (zoals de aanwezigheid van voorzieningen of werklocaties) sneeuwt vaak onder. Het kijken naar de Netwerklaag en de Ondergrond dreigt al helemaal achterop te raken. Daarnaast is infrastructuur een dominant domein in de ruimtelijke ordeningspraktijk. Het gaat hier vaak om projecten die enkel uitgevoerd kunnen worden wanneer zij kunnen rekenen op een financiële bijdrage van het Rijk. De urgentie van lagere overheden om bij hun infrastructuurprojecten bij het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT) hoog op de agenda te krijgen is groot.

Brede welvaart

De lagenbenadering staat weer volop in de belangstelling, sinds het postvatten van de opvatting dat water en bodem sturende principes zouden moeten zijn in de ruimtelijke ordening. Een aantal niet-ruimtelijke maar voor de samenleving minstens zo belangrijke aspecten keren niet terug in de lagenbenadering. Het gaat dan om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid. Zaken die een samenleving maken: prettige plekken om te wonen, te werken en te ontspannen. Dit is waar brede welvaart in essentie over gaat: het welzijn van mensen. Het is een maatstaf voor alles wat mensen van waarde vinden en gaat verder dan materiële welvaart (PBL/SCP/CPB 2017). In het rapport ‘Het belang van regionale samenhang’ van het Planbureau voor de Leefomgeving uit 2022 wordt de regio nadrukkelijk in beeld gebracht als schaal waarop brede welvaart zich manifesteert. Brede welvaart in een gemeente wordt in belangrijke mate bepaald door de samenhang en verdeling van bredewelvaartsaspecten in de regio. Inwoners van een gemeente maken immers ook gebruik van voorzieningen in buurgemeenten. Kijken naar brede welvaart betekent dus kijken naar de score van de eigen gemeente en naar die van de buren: kijken naar brede welvaart is dus kijken naar de regio. Het CBS meet brede welvaart aan de hand van tal van indicatoren die gerangschikt zijn onder vier kapitalen: Natuurlijk, Economisch, Menselijk en Sociaal kapitaal.

Een Aantrekkelijk Leefarrangement

Met de benadering ‘Aantrekkelijk Leefarrangement’ hebben we gepoogd om een manier van denken over onze leefomgeving te introduceren die zowel recht doet aan de lagenbenadering, als aan de brede welvaart-kapitalen. Een manier om de soms zeer kwantitatieve blik of korte termijn-blik op bijvoorbeeld ‘meer woningen bouwen’ te verruimen. Woningen staan namelijk niet in het niets en er is niemand die alleen maar wilt ‘wonen’. Sec kijken naar woningen volstaat niet. Het gaat ook om de aanwezigheid van voorzieningen (zoals onderwijs, zorg, recreatiemogelijkheden, uitgaansgelegenheden) en om banen (de aanwezigheid van werkgelegenheid). Hetzelfde geldt voor sec kijken naar voorzieningen en sec kijken naar banen. Alle drie de elementen hangen met elkaar samen en hebben nadrukkelijk invloed op elkaar. Zo breiden werkgevers hun activiteiten op een bepaalde locatie pas uit wanneer de condities daarvoor geschikt zijn. Eén van die condities is de aanwezigheid van gekwalificeerd personeel met de juiste opleiding. En juist werkgelegenheid en onderwijs vormen belangrijke drijvende krachten voor stedelijke en regionale ontwikkeling.  

Samenhang tussen banen, woningen en voorzieningen

Het in samenhang bekijken en doorleven van de drie elementen wonen, voorzieningen en banen dwingt ertoe om preciezer te worden. Het is immers de wisselwerking die het leefarrangement al dan niet tot een Aantrekkelijk Leefarrangement maakt. Lokale economische activiteiten vormen vaak een drijvende kracht voor de stedelijke of regionale dynamiek. Welke sectoren zijn al aanwezig in de stad of regio? Welke sectoren zijn dominant en succesvol? Waar is uitbreiding te verwachten of is deze kansrijk? Wat voor werknemers horen hierbij? In wat voor leefmilieus wonen deze werknemers? Zijn dat ontspannen milieus met lage dichtheden of hoogstedelijke milieus met reuring en veel functiemenging? Wat voor voorzieningen zijn er nodig? Is er lokaal onderwijs om op te leiden voor de in de stad of regio aanwezige sectoren? Impliciet roept het denken over het Aantrekkelijk Leefarrangement vervolgvragen op: van meer pragmatisch ‘leiden we lokaal op voor lokaal aanwezige bedrijvigheid en blijven afgestudeerden hier wonen?’ tot meer wezenlijk ‘wat voor stad of regio geven we door aan onze kinderen?’.

Voorwaarde: dragende systemen op orde

Voor het Aantrekkelijk Leefarrangement geldt dat de dragende systemen op orde moeten zijn. Hierin volgen we de denkrichting van de lagenbenadering. Zonder een gezond water- en bodemsysteem, energie- en drinkwatersysteem en mobiliteitssysteem gaat er immers van alles mis. Het geheel van dragende systemen schept dus de voorwaarden voor de mate van aantrekkelijkheid van het Leefarrangement. Veranderingen in de dragende systemen hebben effect op het Aantrekkelijk Leefarrangement. Het verbeteren van het water- en bodemsysteem heeft een positief effect op de biodiversiteit en de landschappelijke kwaliteit van het gebied. Andersom hebben beoogde veranderingen in het Aantrekkelijk Leefarrangement ook effect op de dragende systemen. Nieuwe of uitbreidende bedrijven hebben energie en drinkwater nodig. Mogelijk moet de capaciteit van de rioolwaterzuiveringsinstallatie worden uitgebreid. Waarschijnlijk moeten fietspaden of buslijnen worden verbeterd. Misschien moeten er aanpassingen in het wegennet worden gedaan.

Het belangrijkste doel van de benadering ‘Aantrekkelijk Leefarrangement’, is volgens ons gerichter denken over waar iedereen gevoel bij heeft: plekken die fijn zijn — nu en in de toekomst. Het doel is een prettige, gezonde leefomgeving voor plant, mens en dier. Het middel om dit te verwezenlijken kan liggen in een infrastructurele aanpassing, maar zou nooit het doel moeten zijn. Gezamenlijk denken over het Aantrekkelijk Leefarrangement, leidt in onze ervaring uiteindelijk tot voortvarender denken over de ruimtelijke toekomst.